Ga naar de inhoud

De voorraadkast

Het kan altijd zijn dat er gasten langskomen. Daar moet dan wel wat lekkers voor in huis zijn. Een keer per maand, of vaker als dat nodig was, gingen we naar de groothandel. Altijd leuk en interessant, want dan hadden we weer grote verpakkingen in huis. En veel te snoepen. Nu konden wij dat natuurlijk niet zomaar pakken als kind. Stel je voor. Met twaalf kinderen zou die voorraad snel op zijn. 

We haalden dat stiekem naar ons toe, en ieder voor zich. De werkwijze was dat je de deur open moest zien te krijgen en dan net zoveel nam als je in een keer mee kon nemen. Uiteraard wel goed inschatten of het restant de visuele controle kon doorstaan. Alzo werd de voorraad dus toch door twaalf gedeeld. Zonder dat ik daar wat van merkte. 
Mijn ouders echter moeten dat toch wel gezien hebben? Want zo’n gelijkmatige afname is uiteindelijk net zo zichtbaar in de voorraadkast als een gelijkmatige inname zichtbaar is in de voorraad van het lijf.