Ga naar de inhoud

Lichte dwang

“Ik ga ervan uit dat u de herkansing uitstelt”. Deze vader, gerenommeerd advocaat, wint er geen doekjes om. Zijn dochter moet succesvol kunnen zijn bij de komende herkansing. En zij wordt in zijn ogen belemmerd doordat ze blijkbaar geen toegang heeft gekregen tot de lesstof. Er bestaat een recht en ik houd daar onvoldoende rekening mee. Dat is onrechtmatig en dat gaat bestreden worden.

Zijn pleidooi, tenminste ik neem aan dat het als verzoek bedoeld is, komt over als een serieuze laatste waarschuwing. Heeft de school eigenlijk een rechtsbijstands­verzekering voor haar personeel?

Van dit type mailtjes moet ik altijd even bijkomen. Ongetwijfeld stelt hij een grote misstand aan de kaak: zijn dochter krijgt onvoldoende de aandacht die zij nodig heeft. Welbeschouwd is het van de zotte dat die hele school niet meer is opgebouwd rond deze tere ziel met zulk een potentieel. Ik reageer begripvol, helemaal omdat dan waarschijnlijk de hele klas een probleem heeft. 

Nadere bestudering leert dat er feitelijk geen beperkingen zijn, maar dat dochterlief op de verkeerde plek heeft gekeken. Daar wijs ik haar de volgende dag fijntjes op; zij is zich ogenschijnlijk niet bewust van de professioneel geuite woede van haar vader. 
En haar reactie? “Oh gewoon niet goed gekeken”.